Amstel Gold Race - Arie Kortlever

Amstel Gold Race 2017: Arie Kortlever

Hallo allemaal.
Waarom gaat een mens zichzelf testen op een parcours van 100 km in de Limburgse heuvels en tergt hij zijn lichaam tot het uiterste? Ik weet het ook niet…….Of toch wel?

Zoals sommige misschien weten heb ik een aantal jaren geleden een hartinfarct gehad en dit heeft mijn leven op zijn kop gezet. Zowel lichamelijk als geestelijk. Lichamelijk ben ik aardig opgeknapt. Geestelijk ben ik ook aardig op weg, alhoewel sommigen daar vraagtekens bij zetten. Dit omdat ik het plan had om de toerversie (100 km) van de Amstel Gold Race te gaan fietsen.

Echter dat is nog niet zo makkelijk. Als je namelijk hartinfarct hebt meegemaakt, zorgt dat voor een hoop onrust in je lichaam en geest. Sporten in de sportschool was voor mij “veilig”. Je hebt altijd mensen om je heen, als er dus iets zou gebeuren zijn er altijd mensen die kunnen reageren. Nu wilde ik ineens buiten gaan fietsen… in de Limburgse heuvels. Niet de makkelijkste opdracht voor een hartpatiënt. Maar ik moest de drempel overwinnen en buiten gaan fietsen.

De eerste keren buiten op de fiets

Dus de mountainbike uit de mottenballen gehaald en… fietsen. Dit was nog redelijk onschuldig en ik was meer bezig met hoe ik mijzelf voelde dan dat ik daadwerkelijk aan het fietsen was. Dit ging echter zo goed, dat ik al vrij snel de stoute schoenen heb aangetrokken en een rondje alleen ben gaan fietsen. Hierna ben ik pas echt los gegaan.
Bij een afspraak met mijn cardioloog heb ik gevraagd of het verstandig was om aan de Amstel Gold Race mee te doen. De cardioloog wilde op dat moment niet volmondig ja zeggen, maar in plaats daarvan kreeg ik een nieuwe afspraak, inclusief fietstest. Toen ik 3 maanden later de test had afgelegd en groen licht kreeg, ging ik dus…. naar Limburg!

Trainen, trainen en nog eens trainen…

Soms word ik er wel eens zot van, maar ik moet en zal goed voorbereid aan de start verschijnen. Af en toe zit ik met angst en beven aan de Amstel Gold Race te denken. Zal ik die 100 km wel halen, of strandt ik halverwege? Deze gedachten schieten door mijn hoofd. Opzien tegen de bergen in Limburg, zal ik door iedereen voorbij gereden worden of zijn er medewielrenners die nog slechter presteren dan ik? Dit houdt mij soms bezig, maar aan de andere kant moet ik in mijzelf blijven geloven en uitgaan van mijn eigen kracht. En als dan uiteindelijk blijkt dat het “een brug te ver is”, dan kan ik trots op mijzelf zijn en op mijn eigen tempo de rit afmaken. Het komt goed, zeg ik continue tegen mijzelf…

15 april, het gaat eindelijk beginnen!

De spreekwoordelijke spanning stijgt! Vandaag gaat het gebeuren. We gaan rond een uur of 9 naar het startpunt en na alles geregeld te hebben, gaan we rond half 10 op weg. Het regent, echter niet al te hard, maar met 6 graden is het wel redelijk fris. Dit mag de pret niet drukken want we hebben een lekker tempo. De Geulhemmerberg komt in zicht! Pff, deze ging me goed af en mijn broer verteld mij dat dit, qua intensiteit, de één na ergste is na de Cauberg. Op naar de Maasberg, nog een kilometer of 25. Hier staat mijn collega Patrick Dijkstra. Ik krijg hierdoor een geweldig gevoel. Ik had nl. niemand verwacht, dus dit zorgt voor een stuk extra motivatie. De Maasberg is kort, hevig, en bezaaid met kinderkopjes. Je fiets trilt ervan binnenste buiten, maar… wel een geweldige ervaring.

Tot aan de tussenstop, na zo’n 60 kilometer, passeren we nog de Adsteeg en Lange Raarberg, dit gaat erg goed. We klimmen en dalen. Na 80 kilometer is er een korte en hevige klim dat alle energie uit mijn lichaam perst. Ik moet halverwege afstappen en lopend mijn weg vervolgen naar de top. Tot mijn spijt moet ik hier constateren dat ik redelijk versleten ben en opzie tegen de Fromberg, Sibbegrubbe en Cauberg. Mijn broer stelt een alternatieve route voor, rechtsreeks naar de finish. Hiermee snijden we de Fromberg en Cauberg af en treffen we alleen de Sibbegrubbe.

Moegestreden rij ik achter mijn broer aan. Wanneer we de Fromberg passeren komt alle emotie naar buiten en zit ik een onbedaarlijk potje te janken. Verdriet vanwege de teleurstelling dat ik het niet gehaald heb en het besef dat mijn lichaam dus nog niet zo sterk is als ik gehoopt had. Ik heb dus duidelijk nog te weinig inhoud en kan niet puur op de macht dat laatste stuk afmaken.

Maar alle emotie ten spijt ben ik toch blij dat ik ervoor gegaan ben en een respectabele 90 kilometer heb afgerond. Gelukkig heeft dit niet geleid tot een dip in mijn motivatie om te fietsen. We gaan lekker verder met trainen en maken nu reeds plannen om het volgend jaar weer te proberen!